Signalen
Niet graag gezadeld willen worden. Geen stelling willen nemen naar links en/of rechts. Knikken in de voorknieën. Niet voorwaarts neerwaarts kunnen rijden. Bij het springen altijd vanuit dezelfde galop de hindernis over. Moeilijk in galop kunnen aanspringen. Hoofdschudden. Hoofd en/ of hals kantelen. Niet willen verzamelen. Moeite met lengtebuiging. Niet recht kunnen stellen op rechte lijn. Het ene voorbeen hoger optillen dan het andere bij het springen. Weigeren voor een hindernis terwijl dat eigenlijk niet bij het paard past. Een hupje bij het aandraven. Niet goed door de schouder kunnen bewegen. Korte bewegingen. Niet willen nageven, zwaar in de hand zijn, geen fijne aanleuning. Knarsetanden. Balansproblemen. Onrustig in gedrag. Ieder keer aanleiding zoeken om te schrikken. Chagrijnig gedrag. Altijd stijf beginnen. Lange tijd nodig hebben voordat het paard loskomt. Ongelijke pas van het achterbeen. Achterhand naar binnen. In de wending constant over de buitenschouder weg willen. Door het binnen been heen vallen.